Opus de Soul ontdekt Jazz… Somethin’ Else

somethin elseSamen met de klassieke muziek is jazz één van de onbereden paden in de muziekwereld, die ik graag nog eens wil volgen. Ik ben er helemaal klaar voor om op ontdekkingstocht te gaan door de wereld van de jazz en ik dacht: waarom neem ik jullie daar niet in mee?! Daarom Opus de Soul ontdekt Jazz.

Enige basis in de jazz heb ik wel. Naast de Blue Note Trip albums en wat recenter jazzwerk(bijvoorbeeld een José James) bestaat dat vooral uit het Blue Note archief en dan met name de Rudy van Gelder producties. Maar daar heb ik nooit het idee mee gehad dat ik de jazz echt ontdekt heb. Er zijn verschillende stijlen, onontdekte klassiekers en prachtige nieuwkomers die ik zeker nog niet ken. En die willen ontdekken, mede met jullie hulp.
Het idee is om albums te bespreken die ik wel al ken en hoop naar aanleiding van mijn bevindingen over die albums tips te krijgen van jullie als “kenners” om mijn ontdekkingstocht vorm te geven. Tips die in mijn straatje liggen, of juist helemaal niet waardoor ik nieuwe invalshoeken leer kennen of juist de jazz leer kennen die mij een stuk minder ligt.

Ik wil dan ook graag beginnen met wat ik nu versta als mijn favoriete jazzalbum: Cannonball Adderley’s Somethin’ Else.
Een jazzalbum komt bijna nooit van een artiest alleen. Dat is op Somethin’ Else niet anders. De man van naam is dan wel Cannonball Adderley en hijzelf speelt de alt sax, maar hij wordt bijgestaan door klinkende namen als Miles Davis (trompet), Art Blakey (drums), Hank Jones (piano) en Sam Jones (bass). En dat gegeven maakt het ontdekken van jazz ook meteen mooi. Al deze namen brengen namelijk ook zelf platen uit waardoor je gaandeweg je zijpaden oppakt en je meer verbreed. Maar nu eerst dit Somethin’ Else dus.

Dit album is een vorm van hard bop in de jazz. Wat die stijlaanduiding mij verteld is nu nog lastig, maar daar ga ik mij op inlezen. Ik heb begrepen dat Cannonball Adderley zijn band verliet om als ondersteuning te gaan spelen voor Coltrane en Davis. Bij het opnemen van deze plaat betaalde Davis dat in gelijke munt terug. Waarom dit dan mijn favoriete jazzplaat is? Ten eerste, dat is iets van dit moment, maar daar zijn vooral de toegankelijkheid van de muziek, de algehele sfeer en de lichte swing debet aan. Neem bijvoorbeeld hun versie van Autumn Leaves. Misschien denk je dat dit wat voortkabbelt, maar niets is minder waar. Het nummer heeft een bepaalde onderhuidse energie die elke keer met een ander instrument los probeert te komen. De sfeer is licht bluesy en prachtig te noemen.
Die lichte swing waar ik eerder over sprak is heel goed terug te horen op Love for Sale. Ook al zo’n jazz-standard die door hun opgepakt wordt. De hoofdrol in dit nummer wordt mijn inziens ook vol gepakt door de sax van Cannonball Adderley himself. Wat een prachtklanken tovert hij hier uit zijn instrument. En door de aanhoudende ritmiek van piano en drums. Art Blakey is niet voor niks een klinkende naam in de jazzwereld. De titeltrack swingt trouwens rustig verder en licht prima in het verlengde van Love for Sale. Er is hier ook duidelijk meer geblend tussen de sax en de trompet wat het gehele nog meer als één aan doet voelen. Leuke break ook even tussendoor om de swing nog een stapje hoger te brengen.
Met One for Daddy-O mogen we rustig opstarten. Het begint redelijk timide, maar met een herkenbare basis. Dat is iets wat het gehele nummer zo door blijft gaan. Het nummer past qua sfeer wel heel goed bij het geheel van het album. Het versterkt die sfeersetting misschien juist alleen maar meer. Dit nummer heeft verder ook iets fijns looms.
Officiële afsluiter van het album is het nummer Dancing in the Dark. Een nummer, aardig wat korter in zijn soort. Dat dansen uit die titel moet dan wel lekker rustig heen en weer schuifelen zijn. Perfect natuurlijk om in het donker te doen, of in ieder geval bij gedimd licht. Een goede jazzclub bijvoorbeeld, waar Adderley dan tevreden op zijn sax speelt en de ruimte verder verwarmt.
Mocht je trouwens in het bezit zijn van een andere dan de standaardversie van dit album, dan kom je ook nog het nummer Bangoon tegen. Een nummer dat qua tempo en sfeer wel wat afwijkt van de rest van de plaat. Lichtvoetig, vrolijk en overtuigend swingend gaat dit nummer aan je voorbij. Wie dan weer de oom van Alison is de vraag, een vraag waar je je niet druk om moet maken tijdens het luisteren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s